Loading…
Loading…
Eiwit, vet en koolhydraten: elke calorie komt uit één van deze drie.
Eiwit: verzadiging en spier. Koolhydraten: energie en water op de schaal. Vet: veel calorieën in weinig volume.
Je verbruikt meer energie dan je binnenkrijgt: voorwaarde voor vetverlies op termijn.
Opgeslagen koolhydraten in spieren en lever als snelle reserve.
Vullen van koolhydraatvoorraad na eten.
Opgebruiken van de koolhydraatvoorraad van het lichaam.
Hormonale reactie op eten; beïnvloedt opslag en waterbalans.
Macronutriënt als snelle energiebron.
Macronutriënt met hoge energiedichtheid: ongeveer 9 kcal per gram.
Afbraak van vet voor energie.